Anne

We zijn altijd benieuwd naar je verhaal
Hier vind je een uitgebreide collectie Cuba Reisverslagen.
Plaats reactie
michiel
miembro de mérito
miembro de mérito
Berichten: 2165
Lid geworden op: 19 jun 2007 18:54

Anne

Bericht door michiel » 19 jan 2010 07:16

¡Que viva Cuba! - Les 1

Omdat de afgelopen weken 'niet zo heel bijzonder' waren (behalve dan dat Carlos, een van de vrienden die ik hier gemaakt heb, weer terug is gegaan naar Mexico, Oma weer veilig met deels nieuwe heup en mét rollator thuis is, ik een week lang ziek ben geweest, en het allerslechtste nieuws te horen heb gekregen dat ik niet ben aangenomen voor de Master in Freiburg en dus nu een heel nieuw toekomstplan moet verzinnen… En dus vanaf april weer een paar maanden in Nederland ben), bedacht ik me dat wat voor mij inmiddels ‘niet bijzonder’ is alsnog heel erg afwijkt van het normale leven in Nederland!

Dus nu; juf Anne aan het woord met een spoedcursus Cuba, gebaseerd op mijn kennis en in de afgelopen weken opgedane ervaringen.. Houd je vast.

Voor inwoners van een ontwikkelingsland hebben de Cubanen het niet slecht – ze krijgen gratis huisvesting van de staat, inclusief stromend water en elektriciteit, en voedsel- en kledingpakketten. Scholing en gezondheidszorg zijn gratis, en bijna alle Cubanen hebben beschikking over een TV (en vaak ook koelkast). Maar het verhaal wordt ingewikkelder.

Cuba bestaat in feite uit twee economieën, die verbonden zijn aan de twee valuta die het land kent; de Cubaanse Peso (CUP) waar de Cubanen mee betalen, en de Cubaanse Convertible Peso (CUC, spreek uit: ‘koek’) die bedoeld is voor het internationale betaalverkeer (lees: toeristen). Even als achtergrondinformatie; een CUC – het enige betaalmiddel voor restaurants, café’s, touristentaxi’s, en ‘supermarkten’ (kom ik later nog op terug) – is ongeveer €0,73 waard. In één CUC gaan dan weer 24 CUP’s, wat de Cubaanse Peso natuurlijk vrijwel waardeloos maakt. Officieel kun je CUC’s niet inwisselen voor CUP’s, trouwens, maar in de praktijk kun je voor zaken die met CUP betaald worden (eigenlijk alleen voedsel van lokale Cubanen, - de zogenaamde ‘cajitas’ of de beruchte pizza’s bijvoorbeeld -, Cubaanse taxi’s en de agromercado’s (groentemarkten)) rustig een CUC betalen en je wisselgeld in CUP terugkrijgen. Resultaat is dus dat ik, als niet-helemaal-toerist-en-dus-buitenlander-die-ook-met-CUP-in-aanraking-komt, met verschillende briefjes en muntjes in m’n portemonnee loop, en aparte vakjes moet gebruiken om de verschillende peso’s uit elkaar te houden. Maar ik ben niet de enige.

Het CUC/CUP systeem is natuurlijk niet houdbaar. De scheidslijn tussen wie er wel of niet met de verschillende gelden in aanraking komt is, logischerwijs, vaag. Zo krijgt een schoonmaakster in een hotel in CUP uitbetaald (zo’n 8 euro per maand), maar is het fooi dat ze krijgt van toeristen in het hotel in CUCjes. Voor de toerist zijn een paar CUC zo gegeven als fooi, en voor de werknemers betekent het vaak een verdubbeling (of meer) van hun salaris. Dat dit systeem voor scheve verhoudingen in de samenleving zorgt hoef ik jullie natuurlijk niet uit te leggen; taxichauffeurs behoren tot de rijkste mensen van het land, en verdienen dan ook (veel) meer dan een chirurg, om maar even wat te noemen. Jarenlang studeren wordt dus niet beloond, terwijl ‘simpel werk’ zoals in de bediening of als straatmuzikant werken goud geld oplevert. Onvrede alom, en het werkt corruptie in de hand – inmiddels is het niet ongebruikelijk een arts ‘wat extra’s’ toe te stoppen als je snel geholpen wilt worden. De corruptie, fraude en criminaliteit (wat er voornamelijk uit bestaat toeristen op allerlei manieren geld uit de zak te kloppen, van prostitueren tot ‘beste vrienden’ worden en de toerist alle onkosten te laten betalen) die door de Revolutie van Ché en Castro ongedaan zou worden gemaakt heeft zo zijn weg langzaam aan teruggevonden in de Cubaanse samenleving, en blijft groeien naarmate er meer toeristen naar het eiland komen. Doffe ellende dus, en het is ook niet echt verbazend dat er steeds meer Cubanen het land uit proberen te komen om hun geluk in Europa of de VS te beproeven – met weer heel andere dramatische verhalen, maar dat even terzijde. Het kromme is dat door het gratis onderwijs bijna iedereen hier hoogopgeleid is – elke straatmuzikant die je tegenkomt heeft het conservatorium doorlopen – maar gewoon niks kán met die opleiding, en je dus afgestudeerde biologen en kunsthistorici tafels ziet afvegen.

Wat mij hier het meeste is opgevallen: het drama dat ‘boodschappen doen’ heet. Omdat toeristen natuurlijk geen boodschappen doen maar in hun hotel/resorts/restaurants worden verzorgd, en de Cubanen hun voedselpakketten krijgen, én (om dit nog maar even te benadrukken) omdat dit een communistisch land is, is het doen van boodschappen op z’n zachtst gezegd een uitdaging. Er zijn ‘supermarkten’, de zogenaamde CUCwinkels, waar er – voor Cubanen – luxeartikelen te koop zijn in, hoe raad je het, CUCs. Je moet nu niet een supermarkt à la Albert Heijn voor je zien (nooit gedacht dat ik de Ap zo zou missen!), maar een ruimte met langs de muren schappen met producten, geheel afgeschermd door een toonbank, waar één stuk van elk beschikbaar product uitgestald staat onder een glazen plaat, zodat je kunt zien wat er te koop is. En rijen. Rijen, rijen mensen die allemaal een pot mayonaise of een paar Maggi-boullionblokjes willen scoren (de meest gewilde artikelen, ik verzin dit niet!). Als je eraan komt vraag je beleefd ‘¿El último?’, wat zoveel betekent als ‘wie is de laatste?’, zodat je je plek in de rij weet. Na lang, lang wachten sta je uiteindelijk oog in oog met de verkoopster, die het absoluut niet als haar taak ziet jou iets te verkopen en dus gerust een half uur met een vriendin kletst voordat ze met een schuin oog naar je kijkt en haar kin omhoog trekt alsof ze wil zeggen ‘wat moet je?’. Ja. Wat moet je eigenlijk ook?! Als je geluk hebt verkopen ze iets van snoep – al heb ik tot nog toe niks gevonden wat ergens naar smaakt, wat natuurlijk goed is voor de lijn maar slecht voor het humeur – en verder zijn er altijd wel olie, azijn, en mayonaise beschikbaar (en natuurlijk niet te vergeten: de Maggi-blokjes!), maar wat moet ik daarmee? Ik zie mezelf nog niet een pot mayonaise leeglepelen op m’n hotelkamer (gatver). Veel heb ik dus niet te zoeken in de CUCwinkels, behalve soms flessen water of een Red Bull (God zij geloofd, die worden hier verkocht – áls ze er zijn, want vaak zijn producten namelijk gewoon op).

Gelukkig zijn er ook de agromercados, de markt. De Cubaanse boeren zijn verplicht een bepaalde hoeveelheid aan producten af te staan aan de Staat, maar als ze meer dan dat produceren mogen ze de rest verkopen op agromercado’s voor eigen ‘gewin’. De prijzen zijn in CUP en stellen niks voor, en de producten zijn vers en écht biologisch (want er is gewoon geen geld voor bestrijdingsmiddelen en/of hormonen). De keuze is beperkt en natuurlijk afhankelijk van de tijd van het jaar. Het onhandige is dat de agromercado geopend is als ik aan het werk ben, en ik dus in het weekend maar goed veel groenten haal om in de ambassade in de koelkast te leggen en tussen de middag m’n eigen salade in elkaar te kunnen flansen.

Ojee.. Wat een lang verhaal! En ik wil jullie nog meer vertellen – over de vervoersmiddelen, hoe je wordt behandeld als toerist (en hoe je wordt behandeld als vrouw), de discriminatie van zwarten hier (!), het lokale taalgebruik, hoe het kan dat ik vorige week met een griep en verkoudheid in Cuba rondliep (het was zó koud!), hoe ik mijn dagen hier slijt, hoe Cubanen heel ingenieus álles weten te fixen en hoe ik zelf inmiddels een minstens zo ingenieus systeem heb bedacht om me met warm water te kunnen wassen in plaats van de ijskoude douche die het hotel me te bieden heeft.. Maar dat komt in de volgende weblog! Bereid jullie voor op les 2. Wink

http://annemanschot.waarbenjij.nu/Reisv ... id=3280514

michiel
miembro de mérito
miembro de mérito
Berichten: 2165
Lid geworden op: 19 jun 2007 18:54

Re: Anne

Bericht door michiel » 27 jan 2010 18:51

Ziek, zwak & misselijk, én deel 2 van Cursus Cuba

En ineens zit alles in een stroomversnelling. Net toen ik het gevoel had gesetteld te zijn in m’n voortkabbelende diplomatieke/studenten/toeristenleventje hier en ik het gevoel heb dat alles nu zo’n beetje begint, besef ik me dat ik al bijna op de helft van mijn verblijf hier zit. De helft! Nee! Wacht! Er is nog zoveel te doen, te zien, te proeven, te horen, te dansen, te lachen… Dus here I am, en ik probeer weer eens de voor me uit hollende tijd bij te benen.

Mijn weken worden steeds leuker. Zo ben ik vorige week met m’n lief naar een breakdancevoorstelling gaan kijken, hebben we de opening van het Zuid-Afrikaanse Film Festival bijgewoond en de film ‘More Than Just A Game’ gezien (echt een aanrader) en zijn we naar een heel, heel vet en ‘underground’, (of ‘undegroouun’ zoals de Cubanen dat zeggen) hip hop optreden geweest. Afgelopen donderdag was ik uitgenodigd door Hans, een collega, en zijn vrouw om bij hun thuis te blijven eten en logeren, wat erg gezellig was en ongelofelijk luxe – ik had voor het eerst in weken tijd weer een warme douche!

Afgelopen vrijdag was er de beruchte ‘Polar Bar’, een borrel bij de Canadese ambassade die zo ongeveer twee keer per maand plaatsvindt, waar ik door omstandigheden nog niet eerder geweest was. Er waren oude vrienden en bekenden en ik werd voorgesteld aan nieuwe gezichten. Zo leerde ik Janne kennen, de nieuwe stagaire van de Noorse ambassade, en het klikte meteen heel erg tussen ons. Door alle mannen om me heen was het lang geleden dat ik even gewoon met iemand van mijn leeftijd kletste zonder dat ik me bewust moest zijn van mijn lichaamstaal (een verademing dus). We bleken veel gezamelijke interesses te hebben en besloten vrijwel meteen dat we zaterdag samen naar het strand zouden gaan, want het zou mooi weer worden en we moesten allebei nodig bijkleuren (ik ben nog steeds schandalig wit – dat krijg je als je tijdens alle zonuren binnen zit te werken en je geen ‘buiten’ hebt in het hotel). Nadat we waren gaan stappen met een hele groep nieuwe en oude bekenden rolde ik in bed, met het plan de volgende dag op tijd op te staan om nog ‘even’ naar de agromercado te kunnen voordat ik met Janne had afgesproken.

Helaas. Ik had geen rekening gehouden met mijn maag, en het feit dat ik vrijdag een ‘Canadese hamburger’ geprobeerd had te eten (uit blijdschap eens níet rijst met bonen naar binnen te hoeven werken), die nog half rauw bleek te zijn en ik dus na een paar happen opzij had geschoven. Ik werd natuurlijk zaterdag wakker met buikgriep, koorts en gewoon een lichte voedselvergiftiging. De afgelopen weken ben ik aan het kwakkelen met griepjes, buikklachten en andere onzin (vandaar de reactie van Vitor: ‘ben je nou alwéér ziek?’). Ben het helemaal niet van mezelf gewend om zo weinig aan te kunnen qua eten, maar ik wijt het aan het gebrek van voedingsstoffen (m.n. vitaminen) en gewoon een gebrek aan variatie in het eten.. Ik word er wel lichtelijk gek van, niks zo vervelend als leuke dingen afzeggen omdat je in bed moet liggen.

Mais bon, zaterdag markt werd hem dus niet, maar met de grootst mogelijke moeite (en in een absurd lang tijdsbestek) heb ik mezelf toch in m’n bikini + kleren gehesen en naar hotel Inglaterra gesleept, waar ik met Janne had afgesproken. Toen ze me zag besloot ze dat we toch maar niet naar het strand gingen en stuurde ze me naar bed, waarna ze voor mij bananen, wat cola en brood ging kopen. De rest van de dag hebben we kletsend en zappend in mijn hotelkamer gehangen, waarna ik me een stuk beter voelde. Zondag was ik nog steeds zwakjes en met koorts, maar ben met Janne, haar (jonge) chef Heidi en de Amerikaanse Jessica (werkt voor de Amerikaanse ambassade – euh, American Interest Section in de Zwitserse ambassade bedoel ik natuurlijk) naar het strand geweest. Allemaal jonge dames dus, en het was een ideale dag – op het strand liggen, in de zee dobberen, ’s avonds naar een dansvoorstelling geweest samen en nog uit gaan eten. Het was een lekker rustig weekend, heerlijk ontspannen en ik was weer redelijk bijgekomen van mijn ziek-zwak-en-misselijk modus, al ging ik maandag nog steeds met koorts naar het werk. Voel me nu weer goed (even afkloppen) en hoop echt echt echt dat het nu afgelopen is met het gekwakkel! Schluss!

Maar goed. Cursus Cuba, waar waren we gebleven?

Ah, ja, de boodschappen. Lastige zaken. Ikzelf krijg ontbijt in het hotel (omelet met ham en zónder vieze-bah-gatver-kaas en brood, als er brood is), lunchen is een uitdaging maar ik eet over het algemeen groenten van de markt als salade. ’s Avonds eet ik meestal in het hotel, wat best lekker, goed en goedkoop eten is, alleen Altijd Hetzelfde: rijst met bonen, als je geluk hebt ‘groenten’ (= een klein hoopje kool en, als het écht your lucky day is, een plakje tomaat) en kip of varkensvlees naar keuze. Soms hebben ze vis of iets extra’s als aardappelen, maar dat komt niet vaak voor. Omdat ik niet te erg wil worden doodgegooid met hetzelfde eten (al ontkom ik er niet echt aan) ga ik ook de Lonely Planet af voor andere restaurants in de buurt, waar ze uiteindelijk eigenlijk altijd óf hetzelfde serveren als in het hotel óf me met een licht oversture maag naar huis sturen (belangrijk om te weten: Cubanen kunnen níet Italiaans koken. Echt niet). De afwisseling zit ‘m in de afspraken die ik met vrienden en bekenden maak om te eten – niet regelmatig – zodat er eens echt wat ánders gekookt wordt of ik word geloodsd naar een goed restaurant (meestal ver van mijn hotelletje vandaan).

Toen ik hier aankwam was ik er erg over verbaasd dat er zo weinig vis op het menu staat hier. Ik bedoel, het is een eiland! Vis te over, zou je zeggen. Nou wil het geval dat de staat de visvangst erg beperkt heeft (en veel van wat er gevangen wordt wordt geëxporteerd). Naast het economische gewin dat dit oplevert voor de staat, heeft de ervaring geleerd dat praktisch elke Cubaan met beschikking over een boot de paar kilometer naar Miami is gaan ‘overvaren’ en niet meer terug kwam… Weinig vis op het menu dus, maar wel veel ontevreden Cubanen op het droge.

Nu ik dit schrijf besef ik me met gepaste zelfspot dat ik al he-le-maal ben geïntegreerd in de (expat?) wereld van Cuba waarin ‘het eten’ Het Thema is. Over eten wordt hier namelijk gepraat zoals in Nederland over het weer – te pas en te onpas, als het lekker was (onverwachts!), als het écht heel vies was (ik ben er gewoon ziek van geweest!), als je iets hebt ‘gevonden’ in de supermarkt (échte Edammer kaas! Voor maar 23 CUC!)… Echt bizar, maar ergens ook wel weer heel erg logisch. Maar bij deze: genoeg geklaagd!

Wat betreft de ingenieuze Cubanen; de vindingrijkheid is vooral te merken als het gaat om het fixen van machines, motoren, en apparatuur. Is je onmogelijk-te-fixen-camera kapot? Neem hem mee naar Cuba, ze weten er gegarandeerd raad mee. De prachtige jaren ’50 auto’s die hier nog steeds (!) zo fier en vaak blinkend rondrijden worden inmiddels aan de praat gehouden door Russissche, Chinese en Vietnameze onderdelen, maar rijden doen ze nog steeds, al vraag je je soms af hoe. Ondanks dat er verhoudingsgewijs bizar weinig auto’s rondrijden in Cuba (ik las dat er hier 25 auto’s per 1000 inwoners zijn, vergeleken met 850 per 1000 in de VS) is de lucht in Havanna dik van de uitlaatgassen. De hier gebruikte vervoersmiddelen hebben alles behalve filters, en ik heb nog maar zelden een auto zien optrekken zónder verblindende zwarte rookwolk. Vooral erg prettig als je met je fietsje achter die auto staat te wachten voor het stoplicht..! Als ik de 11 kilometer naar m’n werk op m’n fiets heb afgelegd heb ik een keel die aanvoelt alsof ik zojuist 11 asbakken heb leeggegeten en zit er letterlijk olie op mijn huid – mijn fiets druipt inmiddels van de olie en smeer die hier in de lucht zit, echt nasty. Toen ik dacht ‘ach, dan fiets ik gewoon langs de Malecón (de beroemde kade van Havanna), heb ik wat frisse zeelucht’ bleek dat gewoon regelrechte onzin. Frisse zeelucht doen we niet aan in Havanna, tegen al die stinkende ronkende bussen, motors, Lada’s en Chevrolets kan geen zeebriesje op!

Maar het is het waard. Echt. Alle viezigheid, de stank van halfgegeten voedsel en rottende lijken van straathonden op straat, de uitlaatgassen, het eten, het geflirt (laatst probeerde een hoogbejaarde taxichauffeur me te zoenen, hahahaha), de vermoeiende Cubanen zelf – je laat het graag over je heen komen als er tegenover staat dat je in het zonnetje op een terras kunt zitten, met je mojito in je ene hand en je boek in je andere, en er van overal en nergens salsa muziek klinkt. Het is hier bizar, yes sir, je hele beeld van wat er ‘normaal’ is kun je gegarandeerd bijstellen als je hier bent geweest, maar al met al – wát een levensvreugde. Wát een schoonheid. Wát een prachtig land. ¡Que viva Cuba!

Binnenkort les 3. En vanavond eet ik lasagne bij Janne thuis! Wink

http://annemanschot.waarbenjij.nu/Reisv ... id=3291038

michiel
miembro de mérito
miembro de mérito
Berichten: 2165
Lid geworden op: 19 jun 2007 18:54

Re: Anne

Bericht door michiel » 03 feb 2010 21:08

Cuba voor gevorderden. Les 3!

‘Wat een schoonheid. Waar kom je vandaan?’ Ik zucht. Dit begint zo langzamerhand standaard procedure te worden. ‘Dankuwel. Ik ben Nederlandse.’ De taxichauffeur grijnst. ‘Zijn alle vrouwen zo mooi in Nederland?’ Ik besluit die opmerking te negeren en kijk uit het gat in de deur ('raam' is hier niet van toepassing, er zit namelijk geen glas in het gat). De chauffeur gooit het over een andere boeg: ‘Wat vind je van Cuba?’ ‘Erg mooi’, zeg ik, ‘alleen laten de mannen me niet met rust’. De opmerking was bedoeld als steek onder water, want meneertje zit me nogal ongepast aan te kijken, maar de dubbelzinnigheid van mijn commentaar heeft hij (als een echte Latino) niet door. Zijn reactie is dan ook eerlijk en goed bedoeld, al is het voor mij een veel, veel lagere steek onder water. Echt recht in m’n ballen, als ik die zou hebben dan. ‘Dat je wordt nagefloten op straat bedoel je? Ja, maar dat doen alleen de negers. Je zult geen blanke zien die je achterna zit, alleen negers hier weten zich niet te gedragen’.

Ondanks dat het straatbeeld in Cuba bepaald wordt door een mix van allerlei etniciteiten en er een overwegende meerderheid van kleurlingen op straat loopt, én ondanks het feit dat er in deze socialistische staat officieel iedereen gelijk is, viert racisme hier hoogtij. Als blanke heb ik er natuurlijk weinig last van, maar mijn lief – niet bepaald de witste – wordt letterlijk gediscrimineerd waar ik bij sta. Mijn hotel mag hij niet in, want dat is ‘alleen voor gasten, als je naar boven wilt moet je betalen’, terwijl de blonde Janne vrolijk hele avonden op m’n kamer kan chillen. Klagen heeft geen zin, want niemand is verantwoordelijk (‘de grote baas is de staat, ik kan hier niks aan doen’), en – helemaal in overeenstemming met de partijpolitiek – wordt de reden van de discriminatie niet bij naam genoemd. Iedereen is namelijk gelijk. Dat ik de taxichauffeur terwijl ik van binnen kóók van woede zo rustig mogelijk probeer uit te leggen dat er écht geen verschil is qua huidskleur door wie ik word nagefloten mag niet baten. ‘Nee hoor, mooierd, je zal het vanzelf zien: het zijn echt de zwarten.’

Hoe langer ik hier ben, hoe minder ik van het land begrijp. Ik kom steeds meer achter (on)mogelijkheden die je niet zou verwachten, en hoe completer het plaatje wordt, hoe minder er een touw aan vast te knopen is. Sterker nog, zie hier maar eens een touw te vinden! Très bizarre. Zo kocht ik twee weken geleden spliksplinternieuwe échte Converse All Stars, maar zijn make-up remover of tampons hier nergens te vinden. De logica ontgaat me, maar zoals voor zoveel dingen zul je wel Cubaan moeten zijn om het echt te snappen (al snappen ze er zelf geloof ik ook niet veel van, getuige de gesprekken die ik met de lokale medewerkers van de ambassade voer).

Als land staat Cuba te boek als veilig, en ondanks een beroving hier en daar worden de toeristen met rust gelaten. Maar of het hier wel zo veilig is voor de Cubanen zelf begin ik me steeds meer af te vragen. Door de censuur staat er in de staatskranten (2 stuks; de Granma en de Juventud Rebelde, die allebei 4 pagina’s tellen en waar precies hetzelfde in staat, eigenlijk best grappig als het niet zo serieus zou zijn) geen nieuws, behalve anti-Amerikaanse propaganda en informatie over staatsbezoeken van bevriende staten, zoals Palestina, Santa Lucía en Oeganda. Desalniettemin hoor ik toch echt af en toe pistoolschoten als ik ’s nachts in mijn bedje lig, en hoor ik van mijn vriend – die in het ziekenhuis werkt – over de meest bizarre gewelddadige delicten. Maar officieel is er niks aan de hand, want áls je al over een beschieting op straat hoort is dat via via, en zul je daar niks over lezen in de staatskrant. Alles is namelijk peace and love in de communistische heilstaat. Zo gek! Als er geen pers- en meningsvrijheid is, is het ook onmogelijk om aan betrouwbare bronnen voor je informatie te komen. Ik bedoel, hoe waar is het als het via-via-via aan je verteld wordt? Maar aan de andere kant – hoe waar is het als het helemaal niet verteld wordt? De waarheid zweeft hier ergens in het midden, en het is praktisch onmogelijk om erachter te komen hoe dingen écht zitten. Sterker nog, het kan zelfs gevaarlijk zijn. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de dissidenten die hier in de gevangenis zitten – na proces, en zonder lijfstraffen, iets wat niet in veel autoritaire staten plaatsvindt – toch de wat hoger geplaatsten zijn op de sociale ladder. Academici, journalisten, mensen met naamsbekendheid. Er wordt namelijk ook gefluisterd over mensen die gewoon spoorloos ‘verdwenen’ toen ze kritiek uitten op het regime.

Je kunt soms maar beter toerist zijn.

Waarin alle Cubanen en de toeristen echter wél helemaal gelijk zijn, is de kans op een bizar ongeluk. Cuba is in een algehele staat van vergane glorie – het straatbeeld wordt bepaald door mooie koloniale gebouwen (en zelfs afschuwelijk lelijke communistische woonblokken) die in geen decennia zijn onderhouden. Door de handelsblokkade van de VS is er onvoldoende mogelijkheid of geld om aan bouwmaterialen te komen, wat ervoor zorgt dat de vervallen staat van gebouwen en wegen alleen maar toeneemt. Grote gaten in het wegdek worden niet gerepareerd (een verbitterde Cubaanse: ‘totdat (een familielid van) een Partijlid eraan overleden is’), huizen storten soms letterlijk in elkaar en er zijn veel putten zonder deksel – midden op straat – of waarvan de deksel er gevaarlijk losjes op zit. Nooit op putdeksels staan of rijden dus, het is niet te vertrouwen. Maar een van de meest bizarre doodsoorzaken of (als je geluk hebt) redenen van ziekenhuisopname is toch wel het afbrokkelen of gewoon helemaal naar beneden vallen van balkons. Heel verraderlijk, want in oud Havanna loopt de stoep onder de balkons door, en moet je het als voetganger ook niet altijd wagen op straat te lopen (in verband met langsrazende Lada’s en oude Fords). En eerlijk gezegd denk ik er ook niet altijd aan wat er boven mijn hoofd hangt (letterlijk), al helemaal niet als ik haast heb… Maar gelukkig is er nog niks gebeurd, al ontsnapte Johan toen hij hier was wel ternauwernood aan een naar beneden vallende bloempot. Even afkloppen en goed blijven opletten dus.

Ik besef me dat dit bericht wat negatief overkomt, maar ik vertel dit eigenlijk alleen om jullie een completer beeld te geven van de situatie in dit land. In mijn eigen leventje en ervaringen barst het namelijk van het mooie weer, lekkere cocktails, mooie stranden, prachtige autoritten door mooie omgeving, leuke uitgaansavonden, lieve vrienden en slappe-lach-momenten. Maar dat is, denk ik, het beeld wat jullie al hebben van Cuba (en terecht, want het is ook deels waar!), ik vertel jullie dit even als aanvullende informatie. Dus maak jullie geen zorgen om mijn veiligheid of gezondheid, ik zorg goed voor mezelf en kijk goed uit, maar kijk ook om me heen en bekijk mijn omgeving kritisch. Ook mijn werkomgeving, overigens, maar daarover vertel ik wel als ik jullie écht spreek.

Janne en ik kunnen het ontzettend goed met elkaar vinden. We hebben veel dezelfde interesses en hebben hier een vergelijkbaar leventje: we werken overdag en willen ’s avonds graag iets leuks doen, zoals lekker uit eten (waarvoor we inmiddels een paar – prijzige maar goede – restaurants gevonden hebben) of naar een concert of andere ‘culturele dingen’. We brengen dan ook veel tijd samen door en zijn afgelopen weekend met onze Chinese huurauto, een Geely, door de Pinar del Río provincie gereden, naar Viñales en een paar stranden (Cayo Levisa – het allermooiste strand wat ik ooit gezien heb, echt een paradijs en heel erg rustig – en Cayo Jutías). Het weer was zaterdag goed en zondag erg regenachtig (hebben wij weer), maar we hebben heel veel gelachen en veel moois gezien. Denk dat ik Pinar del Río de mooiste provincie vind die ik tot nog toe gezien heb, qua natuur en mensen. Heb erg genoten!

Oh, trouwens nog een ander bizar feitje; toen wij de stranden op wilden (Cayo Jutías en Levisa) werden wij door agenten op onze paspoorten gecontroleerd. Cubanen is het namelijk niet toegestaan deze toeristische stranden te betreden. Kun je het je voorstellen? Dat je in je eigen land gewoon sommige dingen niet mag doen of zien, sommige stranden niet mag betreden..? Ik hoef jullie natuurlijk niet uit te leggen dat ook dit zorgt voor ontevredenheid onder de Cubanen, al moet ik er bij zeggen dat de regels versoepeld zijn onder Raúl in vergelijk met de strikte scheiding toerist/Cubaan onder Fidel. Maar dan nog..!

Gisteren zijn mijn Duitse vriendin Jenny en haar vriendin-die-ik-nog-niet-ken Doris aangekomen in Havanna. Het was zó fijn Jenny weer te zien! En echt bizar om weer Duits te praten, zat even met mezelf in de knoop, maar kwam er natuurlijk wel uit. Ze waren total loss na een bizar lange reis, dus ik zie ze vanavond weer om samen te eten of door de stad te slenteren. Ze blijven tot 13 februari, dus bijna twee weken, en het stomme is dat ik deze 2 weken erg druk ben op de Ambassade, ook met projecten ná werktijd, waar ik niet onderuit kan omdat ik ze heb georganiseerd of omdat ik aanspreekpunt ben. Naja, niks aan te doen, dus ik neem de dames mee als het kan, en als het niet kan zie ik hen gewoon later. We gaan in ieder geval het weekend erop uit, waarschijnlijk weer naar Pinar del Río, maar dan om de beroemde grotten te bekijken.

Trouwens een extra bonus nu Jenny er is; ze had voor mij speciaal boodschappen gedaan in München, waardoor ik nu o.a. vitaminepillen, inlegkruisjes en échte chocolade heb (was hélemaal lyrisch toen ik het Milka-label zag), én ze had een pakketje mee van mijn liefste zus en een boek van m’n papa – met allemaal lekkers, drop, stroopwafels en noedels, én make-up remover. Het was echt even een klein feestje op mijn kamer gisteren toen ik alles aan het uitpakken was! Very Happy

Heb erg veel zin in de komende twee weken bijkletsen met haar, en het komt precies goed uit met de twee weken dat Vitor en zijn vrienden bezoek hebben uit het buitenland, en Janne niet in Havanna is omdat ze het Noorse filmfestival moet promoten in Bayamo en Santiago de Cuba (stom toeval dit), dus ik heb alle tijd voor Jenny zonder m’n vrienden hier te ‘verwaarlozen’!

http://annemanschot.waarbenjij.nu/Reisv ... id=3302296

michiel
miembro de mérito
miembro de mérito
Berichten: 2165
Lid geworden op: 19 jun 2007 18:54

Re: Anne

Bericht door michiel » 23 feb 2010 07:10

La vida cotidiana (het dagelijks leven)

‘Is het al uit met die Afrikaan van je?’

Mijn Nederlandse collega kijkt me vragend aan. Misschien gek, maar het feit dat deze vraag zo negatief geformuleerd wordt doet me meer pijn dan het feit dat het echt uit is met ‘die Afrikaan van me’. Het liep niet meer, ik moest de eer aan mezelf houden en om een lang, raar en persoonlijk verhaal kort te houden is het nu klaar tussen ons. Mijn collega wist pas een dag van zijn bestaan af, omdat ik dat geen relevante informatie vond om op de werkvloer te delen (totdat er met een telefoongesprek werd meegeluisterd), maar had wel meteen een (negatief) oordeel klaar. Jammer dat Bebe en ik niet meer keihard tegen die vooroordelen kunnen schoppen. ‘Tja, misschien moet ik ze niet allemaal over één kam scheren hoor, maar hij bevestigt het wel weer!’

Wat valt er op zo’n dooddoener nog te zeggen?

Ondertussen gaat het leven natuurlijk gewoon door, en breng ik zoals gewoonlijk veel tijd door met Janne, Vitor, Jahatziel, Heidi, Oscar, Caroline en de hele vriendengroep die daar omheen hangt. Janne en ik zijn inmiddels geworden tot een soort getrouwd stel; smsjes als ‘wat wil je vanavond eten?’ en ‘wat voor kleur was zullen we vandaag doen? Heb jij ook veel rood?’ zijn aan de orde van de dag, en we lunchen soms zelfs samen (we verbazen ons er zelf soms over dat we dan nog steeds gespreksonderwerpen hebben). Eigenlijk zien we elkaar elke dag, en er moet wel Iets Heel Bijzonders aan de hand zijn als we niet samen eten ’s avonds. Door onze eigen vindingrijkheid zijn we inmiddels erg goed geworden in gezonde maaltijden op tafel zetten (al zeg ik het zelf), want de groenten die in dit land te vinden zijn, zijn vers en he-le-maal biologisch, dus erg lekker, al is er niet zo veel keuze. Sausjes, (goed) vlees, kruiden, kaas, nootjes etc. zijn dan weer lastiger (lees: zo goed als onmogelijk) te vinden, maar we komen er wel!

Omdat het leven hier niet zo heel gezond is (= je zit bijna de hele dag op je stoel in de ambassade, en als je thuis komt heb je nauwelijks energie om nog wat nuttigs te doen) zijn we wel in een soort ‘staat van pudding’ beland – verschrikkelijk hangerig, lui en gewoon blubberig, omdat je spieren nergens zin meer in lijken te hebben. Een bekende Spaanse pudding heet een ‘flan’ (misschien de Spanje/Latijns-Amerika kenners van jullie niet vreemd), dus we noemden onszelf al ‘Flanne’ en, het minder grappige, ‘Fljanne’..

Wat doe je daaraan?

Ziehier de (J)Anne – oplossing: we hebben onze eigen triatlon bedacht, die bestaat uit 2,5 km hardlopen (jawel, ongelovigen, ik houd het vol!) vanuit Janne’s huis naar Hotel Occidental Miramar, waar we vervolgens 10 baantjes zwemmen (in ijskoud water) en weer 2,5 km terugrennen of –lopen, afhankelijk van de energie die we nog over hebben. Daarna wordt er natuurlijk gestretcht en wat buikspieroefeningen gedaan, en je bent kapot maar voelt je wel een stuk energieker! Gelukkig heeft Janne een warme douche, en natuurlijk een keuken, dus twee keer per week wordt er na het werk deze buitengewoon effectieve workout gedaan, gedoucht, en gekookt. Goed bezig of goed bezig? Dat dachten wij ook!

In de weekenden worden regelmatig tripjes georganiseerd. Twee weken geleden waren we met Jenny, haar vriendin Doris, Heidi, Vitor en in totaal een groep van 12 een heel gezellig weekendje in Varadero (in een verschrikkelijk toeristisch resort, waar het eten niet te eten was en er zelfs kevers in onze salade liepen, wat ietsje minder relaxt was), en afgelopen weekend ben ik met Janne naar Villa Guajimico in de Cienfuegos provincie geweest. Prachtige natuur, heel rustig hotel, alleen het weer zat ons niet mee – het lijkt wel of de zon ons té wit vindt en dus zich zelf maar achter wolken verschuilt zo gauw wij ons in het openbaar vertonen. Behalve als we werken dan, dan schijnt-ie maar al te graag... Het was een heel raar weekend, niet in de laatste plaats omdat we er zaterdag op de een of andere manier bijna 3 uur over deden om Havanna uit te komen en de snelweg naar Cienfuegos te vinden… En toen we eindelijk op plaats van bestemming waren, was de zon natuurlijk achter de wolken verdwenen. What else is new.

Uiteindelijk was het wel een superfijn weekend, we hebben goede gesprekken gevoerd en we zijn – heel spontaan – met dolfijnen gaan zwemmen ‘omdat we er toch waren’. Hele leuke ervaring, en ik vond de trainer enger dan de lieve dolfijn (‘trek z’n bek maar open, is leuk voor de foto’(?!). Ons dolfijn bleef ons maar kusjes geven en we konden een stukje worden voortgetrokken in het water door twee dolfijnen, erg leuk. Enig nadeel was dat we daarna nog een heel stuk moesten rijden naar huis en we een uur in de wind naar vis stonken..!

http://annemanschot.waarbenjij.nu/Reisv ... id=3330478

michiel
miembro de mérito
miembro de mérito
Berichten: 2165
Lid geworden op: 19 jun 2007 18:54

Re: Anne

Bericht door michiel » 06 mar 2010 17:26

De Yuma die haar weg heeft gevonden

"Linea! Linea y tercera! Linea y tercera, Playa!"

Ik zit in een afgeragde oldtimer, samen met vier Cubanen, en de chauffeur wacht met wegrijden tot er nog 2 passagiers bijkomen. De man op de hoek van de straat, die deze Cubaanse taxis (de zogenaamde almendrón) helpt vol te krijgen, schreeuwt de route waarlangs de chauffeur rijdt. "Linea! Linea y tercera!" Een jonge vrouw met haar zoontje stoppen en vragen de chauffeur of hij langs tercera rijdt. 'Vamos!', zegt deze, en als de twee instappen krijgt zijn hulpje op de straathoek 5 Cubaanse pesos (CUP), en rijdt de taxi weg.

Natuurlijk schalt er keiharde reggaeton door de nieuwe MP3speler die temidden van loshangende draadjes, een weggeroeste versnellingsbak en afgebroken dashboardonderdelen hangt. 'Ella se pone como se pone - ella se pone letal..' de chauffeur rijdt behendig door de verkeerschaos op de straten in Havanna tijdens de spits. Het is half 8 's ochtends, mijn fiets staat bij Janne en ik kom op deze manier voor 10 CUP (ongeveer een halve CUC) op de Ambassade. Heb er graag een portie swingende reggaeton en flink wat uitlaatgassen door het open raam (op de lege maag, er was vanmorgen geen brood in het hotel) voor over.

De almendrón is hét openbare vervoersmiddel voor de iets welvarendere Cubaan. Nog even voor de duidelijkheid: het salaris ligt hier zo rond de 320 CUP per maand. Een ritje met de almendrón (oldtimer die langs vaste routes rijdt, dus je moet weten waar je heen wilt en welke almendrón erlangs rijdt) kost 10 CUP. Een ritje met de bus (die hier 'Guagua' - spreek uit: wawa - wordt genoemd) kost 40 CUP cent. Gek om te bedenken dat dat zó goedkoop is dat we daar geen equivalent van kennen in Nederland - een halve eurocent! Zoals de meesten van jullie inmiddels waarschijnlijk wel gehoord hebben, ben ik in de eerste week van mijn verblijf hier (toen ik nog, zoals het overgrote deel van de Cubanen, mezelf in een uitpuilende bus propte op weg naar mijn werk - letterlijk, soms moet men zich gewoon aan de openstaande deuren vastklampen om nog mee te kunnen) geflasht door een Cubaanse man, middenin de guagua. Niet bepaald de leukste ervaring, want zoals je je misschien wel voor kunt stellen kun je je niet bepaald bewegen in zo'n knusse (?) bus, dus ik kon niet van meneer viespeuk wegkomen. Bah.

Maar gelukkig zijn er dus de almendrones, waar ik officieel niet mee mag rijden (boete voor de chauffeur als hij een 'yuma', buitenlander, vervoert: 350 CUP). Maar ik spreek goed Spaans, de chauffeur zou eventueel kunnen doen alsof hij niet wist dat ik geen Cubaanse ben (of althans, geen studente - als je hier studeert krijg je een 'residente'pas, en mag je dus ook van bepaalde zaken gebruik maken die eigenlijk strikt voor Cubanen zijn geregeld, zoals dus de almendrón). Bovendien is de politie hier zo corrupt als wat, en kun je een boete voorkomen door de agent in kwestie even wat toe te schuiven. Niet altijd, legde een 'gewone' taxichauffeur (voor de toeristentaxi's, kosten: 5 CUC, omgerekend 120 CUP) me uit: je moet goed luisteren naar de woordkeus van de agent om door te hebben of hij wel of geen smeergeld aanneemt - als je een 'goede' politieagent probeert om te kopen, heb je ineens een dubbel probleem.

Om een lang taxiverhaal kort te maken - ik laat me zoveel mogelijk vervoeren door Cubaanse taxi's (nog nooit problemen mee gehad), die naast dat ze een stuk goedkoper zijn dan de witte lada's die de toeristen over het algemeen vervoeren ook veel mooier, leuker en gezelliger zijn.

Ineens besefte ik me hoe bizar mijn leven is; ik laat me elke dag in een Chevrolet of Ford uit de jaren '50, al dan niet gepimpt met moderne snufjes en -muziek, naar vlakbij mijn werk rijden, doe mijn boodschappen op een markt waar je - naast papaya en guayava - ook altijd 'een boyfriend' wordt aangeboden, hoef de deur maar uit te lopen of ik hoor 'beautiful lady, I love you!', en ik beweeg me na werktijd in de diplomatieke en culturele kringen van Havanna (de Cubanen zijn erg toegankelijk, ook de mensen waarvan je zou verwachten - aan de hand van hun status of CV - dat ze het hoger in hun bol zouden hebben. Kunnen de diplomaten hier (en overal ter wereld, trouwens) nog heel wat van leren). En oh ja, ik heb een superleuke vriendengroep waarmee ik kan stappen, drinken, lachen, en praten over alles.

Behalve dan dat ik in een hotel woon, is dit toch echt mijn thuis geworden. Echt niet leuk dat ik nu alweer aan het aftellen ben..

http://annemanschot.waarbenjij.nu/Reisv ... id=3347157

michiel
miembro de mérito
miembro de mérito
Berichten: 2165
Lid geworden op: 19 jun 2007 18:54

Re: Anne

Bericht door michiel » 16 mar 2010 07:45

Ay mi madre!

Ay mi madre!

Het betekent zoveel als 'ach mijn moeder', maar wordt geroepen in ongeveer dezelfde context als dat de Italianen 'mamma mía' gebruiken. En wij, de Yuma's (die we inmiddels niet meer echt zijn, natuurlijk, ben al half gecubaniseerd) roepen het te pas en te onpas, net als de Cubanen zelf overigens.

Dus; ay mi madre! Wat vliegt de tijd! Deze week komt de handelsdelegatie (initieel was dit de reden waarom ik überhaupt naar Cuba ging, om de komst van deze mannen - en één vrouw - voor te bereiden, maar achteraf is dit de minst bewerkelijke taak geweest die ik toegewezen heb gekregen), de maandag en dinsdag erop ben ik op de Ambassade om mijn stage af te sluiten, en dan heb ik nog even om te genieten van Cuba zonder dat ik om 06.30 op moet staan, totdat ik alweer terugvlieg naar Nederland...

Jawel, jullie hebben het goed gelezen: ik kom weer terug naar ons kouwe kikkerlandje.

Nadat ik was afgewezen voor mijn - op dat moment - droommaster in Freiburg heb ik drie maanden nagedacht, rondgesurfd, gesprekken gevoerd, geleefd, en andere plannen gemaakt. Ik zal eerlijkheidshalve maar even bekennen dat 'terug naar Nederland' niet bepaald nummer één op mijn lijst stond, maar omdat ik graag een inhoudelijk uitdagende stage wil lopen voordat ik aan een Master begin in september, heb ik dat als enige criterium genomen voor het maken van een keuze. Met gepaste trots presenteer ik u dan ook het volgende plan:

Vanaf 6 april (ik weet het, ik ben dan nog maar net terug van Cuba, maar hopelijk al wel hersteld van mijn jetlag) ga ik stage lopen bij de NGO (Non-Gouvernementele Organisatie) Press Now in Hilversum, voor een tijdsbestek van 4 maanden, tot en met juli dus. Press Now staat voor persvrijheid in conflictgebieden - helemaal in overeenstemming met mijn interesse voor conflictstudies en journalistiek dus. Ik heb er een flutstage in superstad Berlijn voor afgewezen, omdat ik denk dat ik in deze organisatie heel veel kan leren, en omdat ik momenteel sterk overweeg 'in die hoek' te willen gaan werken als ik later groot ben. Geen idee of het echt wat voor me is natuurlijk, maar daar blijken stages nou juist zo handig voor te zijn, dus ik ga er met frisse moed en gezond verstand keihard tegenaan in Hilversum vanaf april. Heb er onwijs veel zin in, en het is een mooie bijkomstigheid dat ik weer even lekker in vertrouwd Amsterdam kan wonen, jullie allemaal weer kan zien, de Cuba ervaring kan laten bezinken onder het genot van een eetbaar gerecht en me kan voorbereiden op het volgende project (een Master).

Maar zo ver is het nog niet! De tijd gaat al snel genoeg zonder dat ik ook nog eens op de zaken vooruit ga lopen, dus vooralsnog zit ik in het eindelijk-echt-zonnige Cuba met een steeds groter wordende vriendengroep, steeds interessantere gesprekken en mooiere momenten, lekkerder eten en betere feesten (ay mi madre!), kan ik de reggaeton hits meezingen en natuurlijk -dansen, en proef ik het verschil tussen een 'goede mojito' en een 'minder goede mojito'.

Ik krijg steeds vaker complimenten, van Cubanen die ik goed ken of gewoon mensen die ik heel even spreek, dat ik zo goed 'Cuba snap'. Leuk om te horen dat ik niet (meer) als blond toeristje gezien wordt, maar dat mensen aan mij merken dat ik wel degelijk weet hoe zwaar de Cubanen het hebben, hoe de samenleving ongeveer werkt en hoe dé Cubaanse uitspraak 'no es fácil' (het is niet makkelijk) - die wellicht nog vaker geroepen wordt dan 'ay mi madre', al is het in een heel andere context - zo verschrikkelijk alomvattend kan zijn. Want het IS niet envoudig, leven in Cuba. Ik heb makkelijk klagen, over het eten en het gebrek aan aftersun lotion, maar dat is niks vergeleken met de struggle voor een gemiddelde Pedro. Om nog maar even wat te noemen (als toevoeging aan de lijst van weetjes die ik al online heb gezet); je krijgt betaald in CUP en moet het uitgeven in CUC, waardoor je twee maanden kunt sparen voor één schoen, bij wijze van spreken, je krijgt een bonnenboekje om eten van de Staat te krijgen, maar volgens het boekje (la libreta) zou je maar 2 weken per maand hoeven te eten, zo karig zijn de hoeveelheden. En dit is nog maar een tipje van de ijsberg.

Ik vind het niet gek dat 'De Cubaan' alles probeert om aan wat extra geld te komen, al is het de schande van het volk - en geloof me, dit weegt echt zwaar op de schouders van een trotse latino - om je trots en eer op te geven voor wat geld. Jonge meisjes die met bejaarde Europeanen naar bed gaan voor wat geld om hun familie te kunnen onderhouden, mannen die als waker, tuinman of wat dan ook gaan werken voor westerlingen (en dus een beter loon krijgen) en zich laten behandelen als minderwaardige, jonge kerels die er geen brood in zien (letterlijk) om te gaan werken en dus beter af zijn om toeristen te bestelen.. Het is niet fraai, maar het is overleven. En het maakt de samenleving langzaam maar zeker kapot, want er groeit een gebrek aan vertrouwen tegenover elkaar en de vooroordelen over 'anderen' worden steeds groter.

Dat is het dubbele aan mijn leven hier in Cuba - ik zie (en begrijp) hoe een gewoone Juan of Carlos hier rond moet komen, en ik zie mezelf genieten van alle mooie en goed geregelde dingen die dit land heeft opgebouwd. Want er ís fantastische gezondheidszorg (klopt, er is een gebrek aan apparatuur, maar nog steeds een van de beste systemen ter wereld!), er zíjn fantastische stranden, de muziek ís prachtig en ze weten hoe ze cocktails moeten maken. Er zijn naar mijn mening te veel Yuma's die de negatieve dingen benadrukken ('er is geen vrijheid van meningsuiting, er is geen vrije handel' ) terwijl ze eigenlijk niet weten waar ze over praten omdat ze te ver afstaan van het Cubaanse leven. En terwijl ze wel twee Cuba Libre's bestellen en een ritje maken in een mooie oude oldtimer.

Niet dat ik er alles vanaf weet (laat ik hierover even HEEL duidelijk zijn), ik leef ook mijn luxe leventje en geef in één avondje stappen anderhalf maandsalaris uit, maar ik heb wel een iets beter beeld dan de gemiddelde toerist. Ik ben in ieder geval wel trots op de schouderklopjes die ik - al dan niet figuurlijk - krijg als ik een echt Cubaanse uitspraak doe of als ik laat zien dat ik echt snap waarom het niet 'fácil' is.

Ondertussen wil ik hier nog lang niet weg en probeer ik zoveel mogelijk te genieten nu het nog kan. Ben afgelopen weekend met Janne 'n weekendje weg geweest, was echt superfijn en we bewezen onze integratie een dienst door alleen maar salsa en reggaeton te draaien en af en toe en Cubaan een lift te geven. Volgend weekend ga ik een weekend naar Mexico, Cancún/Playa del Carmen, wat eigenlijk niet mag van de Cubaanse immigratie (heb een one entry visa), maar stiekem toch kan omdat ik mijn diplomatiek visum niet meer nodig heb na dit wknd - het werk is dan toch afgelopen, dus kan ik met een toeristenvisum de laatste dagen in Cuba verblijven.

Superleuk extra'tje aan dit reisje: mijn lieve dansvriendinnetje Yvonne, die in Chicago studeert en dus niet naar Cuba mag komen - ooooh wat was dat een gezeik zeg - kan wél naar Cancún vliegen, en zie ik dus volgend weekend! Dat wordt samen op het strand chillen, cocktails drinken, goede gesprekken voeren en natuurlijk dansen! Ay mi madre!

http://annemanschot.waarbenjij.nu/Reisv ... id=3360599

michiel
miembro de mérito
miembro de mérito
Berichten: 2165
Lid geworden op: 19 jun 2007 18:54

Re: Anne

Bericht door michiel » 24 mar 2010 07:17

Een ongenode gast

... en wel in mijn darmen. Hij heet Piet Parasiet, en kwam hoogstwaarschijnlijk mee met een blaadje sla dat ik - ontzettend blij eens wat anders te zien dan rijst, bonen, vlees en kool - met smaak als onderdeel van een goed doorbakken hamburger verorberde.

Afgelopen woensdag.

Ben dus sinds woensdag beroerd, en ik - niet wetende dat het om Piet ging - dacht dat het wel weer voorbij zou gaan. Mijn darmen overstuur, eten hield ik niet lang binnen, bracht verdacht veel tijd op het toilet door, maar ik dacht dat het een 'gewone' voedselvergiftiging of overgevoeligheid was. Aldus sleepte ik mij met mijn overtuigendste glimlach (en witgetrokken gezicht) in het vliegtuig naar Mexico om daar het weekend met Yvonne (eindelijk! ), Vitor, Jahatziel, Oscar, Carlos (eindelijk weer! ) en vele anderen door te brengen.

Ha! Leuk bedacht natuurlijk, maar ik had het niet met Piet Parasiet overlegd - die wilde liever dat ik op bed (au, krampen) en op het toilet bleef. Laatstgenoemden zijn dan ook vrijwel de enige dingen die ik van Mexico gezien heb (hoe cru, eindelijk weer in een land met Normaal (zo niet: Erg Lekker) Voedsel te verblijven, en er niks van kunnen eten... ) Gelukkig vond Yv het geen probleem om urenlang op bed te chillen en te kletsen - we hadden ook behoorlijk wat te bespreken, waaronder de politieke gang van zaken in ons geliefde Holland, dus ik heb het alsnog stiekem SUPERfijn gehad dit weekend. Het was het he-le-maal waard om weer even bij Yvonne te zijn.

Toen ik me maandag nog steeds beroerd voelde en ik door begon te krijgen dat dit niet een normale gang van zaken was (al helemaal omdat ik af en toe koorts had, en er andere Ongezonde Symptomen ontstonden) belde ik de Ambassade dat ik nog steeds ziek was. Omdat ik niet in het 'verschrikkelijke hotel met koud water' mocht liggen in m'n eentje, belde Karin (de vrouw van Hans, een collega) me op om te zeggen dat ze me wel nú ging ophalen bij m'n hotel, zodat ik bij hun kon slapen en zodat ze voor me kon zorgen. Ontzettend lief en fijn, ben blij dat ze zo streng voor me waren (anders had ik me toch te opgelaten gevoeld om te zeggen dat ik eigenlijk wel bij iemand anders thuis wilde slapen).. Vandaag voelde ik me nog slecht(er), dus de maat was vol, Anne ging met Karin mee naar het ziekenhuis.

Na een onderzoek (de dokter - van een jaar of 65 - was even van slag toen hij mijn 'verschrikkelijk mooie blauwe ogen' zag) werd mijn ongewenste gast Parasiet al gauw ontdekt, waarna me een drietal medicijnen werd voorgeschreven. Medicijn één (een antibiotica) werd al gauw gevonden, en medicijn twee (anti-parasiet) ook, alleen medicijn nummer 3 (de sterkste pil, schijnbaar bedoeld om Piet de doodsteek toe te brengen) was niet beschikbaar.

Dat betekent: het medicijn is uitverkocht op het eiland.


Toch fijn dat de arts het me voorschrijft (waarschijnlijk toch te afgeleid door die blauwe kijkers van me)... Na navraag bleek echter dat de andere 2 ook afdoende zouden moeten zijn, dus vooruit, Anne is weer eens ziek en gaat nu écht aan de medicijnen. Piet, daar ga je..!

http://annemanschot.waarbenjij.nu/Reisv ... id=3371506

marionao2
miembro de mérito
miembro de mérito
Berichten: 950
Lid geworden op: 23 jun 2007 22:33

Re: Anne

Bericht door marionao2 » 24 mar 2010 15:13

Heel leuk en herkenbaar, goed geschreven verhaal! Complimenten!

Plaats reactie